je mijmert ongeremd
over de onaantastbare dingen
over het luchtledige in ons luchtledige
en in gedachten laat ik de touwen vieren
en mijmer met je mee
je mijmert ongeremd
over de onaantastbare dingen
over het luchtledige in ons luchtledige
en in gedachten laat ik de touwen vieren
en mijmer met je mee
Met mijn vingertoppen teken ik landkaarten op jouw huid en weet dat mijn thuis daar ergens schuilt.
Snel met jus en brood het park in,
plukken aan het gras en aan elkaar
in de zon bij een struikje.
De stad fluistert, ontwaakt met ons.
De wellust brandt voegen uit huizen.
Het ruikt naar zomer en lichamen vol verlangen.
Ik wieg mijn heup zacht tegen de jouwe,
geruisloze samensmelting terwijl de zon ons blakert
en met ons zucht.
“Wees de eerste die dit leuk vindt”
was mijn haren in je dorst
vreet mijn vingers en
tenen met ontembare vraatzucht
verstik met je bloed
hete adem
vlammend als klaprozen
langs smeulend asfalt.
in jouw ogen verdrink ik
vullen mijn longen zich met water
ik schreeuw bellen vol woorden
die in zuchten verzinken
jouw huid als een huis ik ets
namen
als in boomschors vereeuwigd
Onder mijn dekens van dons
daar waar ik jou vind
daar waar mijn dromen mij vangen
en mijn slaap bekleden met jouw zijn
Het is een klein vakje
Voor ijsklontjes
De kleine ijsjes
Lief en mooi klein ijskastje